Slavernij in de Republiek 2 – Quaco was in Bergen op Zoom niet de enige

John Gabriel Stedman (1744-1797) is vermaard om zijn geïllustreerde reisverslag van Suriname: niet eerder had iemand zo openlijk het geweld tegen slaven in beeld gebracht. [1]  Minder bekend is dat Stedman ook melding maakt van slaven in Bergen op Zoom. Dat doet hij niet in zijn reisverslag, maar in zijn dagboek uit 1778.[2] Hier zet ik die passages onder elkaar. En, wat levert het archief van Bergen op Zoom op?

Maar eerst nog maak ik een uitstap naar Den Haag waar Stedman begin 1778 verblijft. Ook dan verwijst hij naar tot slaaf gemaakte personen. Ik vond het te interessant om over te slaan. Stedman is op dat moment bijna een jaar in Nederland, net als Quaco, zijn zogenaamde futuboi.[3] Quaco is in Zutphen waar hij naar school gaat. Als Stedman vanaf april 1778 in Bergen op Zoom woont, voegt Quaco zich bij hem.

‘Capt. Brandt’s little boy’  – Den Haag

Of Stedman hem zelf begeleidt of op afstand iets voor hem wil regelen is niet duidelijk, maar op 19 januari 1778 probeert Stedman de kleine jongen van zijn Surinaamse collega ‘the poor Capt. Brand’ onder te brengen bij een van zijn relaties. Zijn doel is op die manier de jongen vrij te krijgen. De jongen was blijkbaar gevangen in slavernij, wat niet anders kan betekenen dan dat zijn moeder een tot slaaf gemaakte vrouw in Suriname was.

In zijn Surinaamse reisverslag of Narrative beschrijft Stedman hoe deze kapitein Brandt op 18 juni 1775 sterft door uitputting en hoge koorts (N 362). Naar de mogelijke moeder vond ik een aanwijzing in een ouder dagboek van Stedman. Op  7 december 1776 – Stedman is dan nog in Suriname – schrijft hij over de wreedheden die vrouw Van Eys beging tegenover Yette. Stedman brengt zichzelf dan in herinnering hoe meedogenloos deze zelfde vrouw Van Eys was geweest jegens de ‘mistress’ van kapitein Brandt. Deze vrouw Van Eys had Brandts geliefde op Fort Zeelandia de zogenaamde Spaanse bok laten geven, een afranseling die velen niet overleefden. Vrouw Van Eys wilde hiermee kapitein Brandt afstraffen. Hij zou hebben geweigerd met haar te slapen, of zoals Stedman onomwonden stelt:

it was that bitch [Vrouw van Eys, IM] that gave poor brands mistres a Spance-bok at the Fort because he would not fuk herself, damn her. [4] (7 september 1776)

Deze vreselijke gebeurtenis moet nog voor de dood van Brandt in 1775 hebben plaatsgehad. Was de geliefde van kapitein Brandt bezweken aan de mishandeling en was de kleine jongen wees geworden? Brandt had hun kind in ieder geval niet vrijgekocht. Want zijn zoon was, omdat zijn moeder de status van ‘slavin’ had, automatisch ook ‘slaaf’, ofwel in slavernij geboren. Hoe de jongen in Nederland terecht is gekomen – of was hij nog in Suriname? – en of het Stedman lukte hem bij iemand onder te brengen, weet ik niet.

Philis

Tijdens zijn verblijf in Den Haag ontmoet Stedman ook Philis. Zij wordt genoemd in het gouvernementsjournaal als een van de passagiers die eind maart 1777 meevoeren in het konvooi met manschappen van het Staatse Leger van Paramaribo naar Texel. Ook Quaco en Stedman waren hierbij, zij het op een ander schip. Philis werd in dit journaal aangeduid als een ‘mulattin’, en zij zou ‘toebehoren’ aan luitenant-kolonel Sieborg, in koloniale termen van toen: zij was zijn eigendom.[5] Van Philis weten we dan al uit Stedmans dagboek (11 oktober 1776) dat ze door Sieborg is gekocht, voor ongeveer 2000 gulden.

In Den Haag eet Stedman op 20 januari 1778 met haar en Sieborg en op 2 maart komt zij langs om zijn beeldengroep te bewonderen. Of zij dan een vrije vrouw is, staat er niet bij. Evenmin vond ik in het archief van Den Haag of via de website Wieiswie een verwijzing naar Sieborg (i.c. Hendrik Sieborg), naar een huwelijk met Philis of naar hun mogelijke nazaten.

In Bergen op Zoom

Anthony van den Heuvel, De Stad Bergen op Zoom van de Kruyn der Glacies na de Waterschans te zien, 1787, tekening, pen in zwart, penseel in kleur.

Anthony van den Heuvel, De Stad Bergen op Zoom van de Kruyn der Glacies na de Waterschans te zien, 1787, tekening, pen in zwart, penseel in kleur.

Als Stedman na 4 april 1778 in Bergen op Zoom verblijft, verwijst hij een paar keer in zijn dagboek expliciet naar slaven in de stad. Op 4 oktober geeft hij bijvoorbeeld geld ‘to the slaves’. Op 24 oktober doet hij dat nogmaals en hij bezoekt ook ‘slaven’. Op 27 augustus 1778 staat tussen zijn notities van die dag:

‘A slave, wanting to desert, in a jump down the wall, broke a limb.’

Al deze mannen behoorden dus tot het Staatse Leger en misschien wel tot de Schotse Brigade, het legeronderdeel van Stedman. Of de man die deserteerde ook letterlijk gevangen zat, is niet duidelijk. Maar geen enkele soldaat kon ongestraft weglopen of deserteren en dat gold ook voor de slaven.

‘I refuse the negro woman and child’

Stedmans dagboek uit 1778 is heel beknopt en bevat soms maar enkele regels. Dat is jammer, want wat betekent het als hij op 21 augustus 1776 schrijft:

‘I refuse the negro woman and child, from Domene, of Liefkenshoek.’?

Fort Liefkenshoek en Lillo, aan de Schelde, kaart Ferraris, 1775.

Fort Liefkenshoek en Lillo, aan de Schelde, kaart Ferraris, 1775.

Wie is deze vrouw? Wat is er aan de hand? Ik ben te rade gegaan bij Han Leune. Hij kent het archief van Lillo en Liefkenshoek als geen ander en heeft het toegankelijk gemaakt. [6] Volgens hem doelt Stedman met ‘Domene’ op de dominee van Liefkenshoek, de vrouw met haar kind kan heel goed het onderwerp zijn van de volgende kwestie, aldus door Han Leune uitgeschreven:

‘7.7.1778 Bergen op Zoom – Ds. Toe Laar vraagt namens ds. Jak. Janssen, advies in een geval te Liefkenshoek. Een negerin, die al enige tijd in het land is, die niet alleen afkerig is van het Christendom, maar ten enenmale onvatbaar daarvoor, is bezwangerd door een soldaat van het garnizoen te Liefkenshoek, thans te Bergen op Zoom, die de Roomse godsdienst is toegedaan. Hoe te handelen met de doop van het kind dat ter wereld gaat komen? De classis besluit unaniem het advies te geven dit kind niet te dopen in de Hervormde kerk.

6.7.1779 – Momenteel is ds. Toe Laar quaestor van de classis.’ [Mijn nadruk, IM]

Volgens de Maandelykse Uittreksels of Boekenzaal der Geleerde Waereld van Januari 1776 is Jacobus Janssen dan dominee in Liefkenshoek. Janssen raadpleegt dus via dominee Toe Laar de classis, ofwel de kerkenraad, omdat hij niet weet of het kind van deze vrouw (‘negerin’)  wel gedoopt mag worden. De vader is immers rooms. Het kan zijn dat het gaat om een vrije vrouw, hoewel feit dat zij niet gedoopt is en ook haar kind van doop wordt uitgesloten, hun kans op een enigszins gelijkwaardige positie is verminderd.

Waarschijnlijk diende ze bij de dominee. Hij is tenslotte degene die voor haar een onderkomen of betrekking zoekt. Waar ze ook verbleef, daar kon ze met haar kind niet langer blijven. De vader bekommerde zich evenmin over haar –  hij bevond zich met zijn legereenheid inmiddels in Bergen op Zoom.

Slot – wat zegt het archief?

Voor veel inwoners van Bergen op Zoom waren personen met Afrikaanse roots niet nieuw; ook in deze stad woonden bestuurders van de Oost- en West-Indische Compagnie, slavenhandelaren, plantagehouders zeevaarders of soldaten die net als John Gabriel Stedman in een van de koloniën hadden gediend. Stedman trof er relaties van bekenden uit Suriname, onder meer van weduwe Godefroy, geboren Danfort bij wie zijn geliefde Johanna en hun zoon Johnny woonden.[7]

Quaco kon in Bergen op Zoom makkelijk de slavenhandelaar Jan Menkenveld tegen het lijf lopen, die onder meer kapitein was geweest van het slavenschip d’Eenigheid van de MCC. Hij woonde in 1778 op de Rijkebuurtstraat nummer 9.[8] Sebastiaan Rauw was eind 1777 juist weer de zee op gegaan, maar had ongetwijfeld aan familie en kennissen verteld over zijn wapenfeiten aan de westkust van Afrika. Hoe hij bijvoorbeeld in 1769 voor de rede van Elmina had geholpen de opstand onder 358 de Afrikanen op het slavenschip de Guineesche Vriendschap neer te slaan, hoe hij getuige was geweest van de executie van Essjerrie Ettin, de leider van de opstand.[9]

Quaco bevond zich in de Republiek in een overwegend witte wereld, maar getuige het dagboek van Stedman was hij in Bergen op Zoom niet de enige met Afrikaanse roots en de status van ‘slaaf’. In het archief van Bergen op Zoom kwam ik Quaco niet tegen, of andere slaven die verbonden waren aan het Staatse Leger. Wel vond ik met een snelle scan anderen die letterlijk als ‘slaaf’ werden genoteerd. Zo was er een Pieter Lares, ‘slaaf uyt de west’, die op 22 maart 1769 overlijdt.[10] En in 1746 maakt notaris Pieter Aelmans de akte op waarin Maria Cornelia wordt genoemd, een ‘gewesen’ slavin. Zij zal 600 gulden erven, maar moet de reeds betaalde tocht naar India terugbetalen, als ik het goed begrijp.[11] Ging Quaco in 1778 met Stedman mee op een tochtje naar Breda? Dan ontmoette hij misschien wel de oudere Christiaan Africanus, zoals die na zijn doop werd genoemd of Elisabeth van Chatillion, die waarschijnlijk vanaf Suriname meegereisd waren met oud-gouverneur Wigbold Crommelin.  Of waren ze in 1775 met hem meeverhuisd naar zijn kasteel Dommelburg bij Den Bosch?

Archief Breda, DTB 22-3-1772.

Archief Breda, DTB 22-3-1772.

In Bergen op Zoom overlijdt op 27-10-1795 overlijdt Maria Magdalena, ‘Swartin’, huisvrouw van Bernardus Kille. Hercules, tenslotte, wordt op 5 mei 1806 rooms katholiek gedoopt en heet daarna Florentius Jacobus Petrus de Guiné. In Vlissingen zal hij in het huwelijk treden. Volgens die huwelijksakte is Hercules op 15 mei 1786 geboren in Angola. Maar bij zijn doop heeft Quaco Bergen op Zoom allang verlaten.

Al met al levert het dagboek van Stedman uit 1778 –  van de jaren daarna is geen dagboek overgeleverd –  slechts summiere informatie over Quaco en andere slaven. Het zijn snippertjes van dramatische levensverhalen, die meer vragen oproepen dan ze beantwoorden. Maar wie weet kunnen ze ooit gelinkt worden aan gegevens uit andere archieven en onderzoeken. [12]

 

Wordt vervolgd…

 

Noten

[1] Als bron gebruik ik niet het reisverslag dat Stedman in 1796 publiceerde, maar het originele  manuscript hiervoor uit 1790 dat in 1988 voor het eerst is uitgegeven: Richard Price & Sally Price (red.) (1988), John Gabriel Stedman, Narrative of a Five Years Expedition against the Revolted Negroes of Surinam, Transcribed for the First Time from the Original Manuscript. New York, Bloomington: iUniverse.Inc. Met ‘N’ verwijs ik naar de pagina’s uit deze editie.

[2] Dit dagboek wordt bewaard in de James Ford Bell Library in Minnesota. Het dagboek van Stedman is niet overal makkelijk te lezen. Voor het gemak gebruik ik hier de uitwerking van dit dagboek door Stanbury Thompson (ed. 1961). The journal of John Gabriel Stedman, 1744-1797, soldier and author. Including an authentic account of his expedition to Surinam, in 1772. London: The Mitre Press.

[3] Quaco werd de hoofdpersoon in de educatieve strip: Quaco – leven in slavernij (Eric Heuvel & Ineke Mok, WalburgPers 2015) Zie: http://www.quaco-stripverhaal.nl/stedmans-narrative/

[4] Aldus letterlijk uitgeschreven door Price & Price (1988), p. 664.

[5] Gourverneursjournaal Suriname, 29 maart 1777. Nationaal Archief Sociëteit van Suriname, 1682-1795, inv.nr. 207.

[6] Zie: http://www.hanleune.nl/lillo-en-liefkenshoek/84-repertorium-lillo-liefkenshoek-1585-1786

[7] Vrouw Godefroy, geboren Elisabeth Danfort, komt voor in het Archief van Bergen op Zoom, onder andere in verband met haar zonen, Abraham Lemmers en Jacob Johannes Lemmers, die o.a. burgemeester werd van Bergen op Zoom en daar ook overleed. Op hun reis van Suriname naar de Republiek namen zij ‘slaven’ mee. Of zij hier bleven, heb ik niet achterhaald.

[8] Zie: Rochus J. van den Bergh 1996, ‘Miscellanea Archivistia X “Naer de Westindiën.’ In: De Waterschans, nr. 1, 2-8: 7-8

[9] Zie o.a. Lauran Toorians 2011 ‘Migratie: Vreemdelingen begraven in Bergen op Zoom.’ In: De Waterschans 3, p. 113-126: 114

[10] Overlijdensregister Krankenbezoeker 1769-1801, archiefnummer boz – 0031, Doop-, trouw- en begraafboeken Bergen op Zoom, inventarisnummer59, blad 3

[11] Notaris Pieter Aelmans, Minuutakten, 1746, archiefnummer boz – 0050, Notariële archieven Bergen op Zoom,inventarisnummer 0527, aktenummer 1193

[12] Zie o.a. Carl Haarnack & Dienke Hondius, m.m.v. Elmer Kolfin 2008 (eds), ‘”Swart” in Nederland. Afrikanen en Creolen in de Noordelijke Nederlanden vanaf de middeleeuwen tot de twintigste eeuw’, In: Esther Schreuder & Elmer Kolfin (red.) Black is beautiful: Rubens tot Dumas, Zwolle: Waanders, p. 88-107.  Of zie de personen die Annemieke van der Vegt (facebook) tegenkomt tijdens haar zoektocht naar Christiaan van der Vegt.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *