‘Le swarte Willem’

Morgen toont het Gelders Archief tijdens de open dag archiefstukken waarin Willem Stedman voorkomt, die in Suriname Quaco werd genoemd. Eén van de zes vitrines is hiervoor speciaal ingericht! Daarin ligt als het goed is ook een Franse brief, waarin Willem wordt genoemd.

Dat ik voor mijn zoektocht naar Quaco in het Gelders archief moest zijn, wist ik niet meteen. Ik had mij op een dwaalspoor laten zetten door het reisverslag van legerkapitein John Gabriel Stedman, mijn belangrijkste bron voor het stripverhaal over Quaco. In Suriname was Quaco Stedmans zogenaamde futuboi geweest. In 1777 nam hij Quaco mee naar de Republiek.*)

rkd-john-parker-eusebia-jacoba-de-rode-van-heeckeren-ib-21247

Portret van Eusebia de Rode van Heeckeren, John Parker.

Aan het slot van het reisveslag van Stedman staat dat hij Quaco in september 1777 in een prachtig livrei steekt, meeneemt naar Den Haag en met zijn instemming (?!) cadeau doet aan de gravin van Rosendael aan wier familie hij veel verschuldigd is. De familie zou hem dopen ‘in zijn naam’. Rosendael klopt, maar de rest?

huys-te-rosendaal-1727-gelders-archief

De gravin bleek ietsje minder adellijk: geen gravin maar de barones van Rosendael, Eusebia Jacoba de Rode van Heeckeren, gehuwd met Assueer Jan Torck van Rosendael. Quaco werd niet in 1777 gedoopt, maar in 1785 en niet in Den Haag (in de kerkregisters vond ik hem niet), maar in de kerk van kasteel Rosendael, bij Arnhem. In het doopregister van die kerk staat bij 13 november 1785 Willem Stedman of Stidman, ‘moor’ van de kust van Guinée.

p-62-5

Een plaat van pagina 62 van ‘Quaco – leven in slavernij’

Bij het Gelders Archief moest ik dus zijn. Daar wordt het archief van ‘huis Rosendael’ bewaard. Testamenten nam ik door, jachtboekjes, kasboeken, huishoudboeken en brieven in het Frans en soms in het Nederlands. In de praktijk: weken staren en behoedzaam bladeren door oude, heerlijk geurende documenten, en bij elke bladzijde een beetje hoop koesteren: ‘zal Quaco hier dan worden genoemd?’

correspondentie-adres-afzender-brief-betjeEn jawel, ik vond Quaco onder meer in de Franse brief uit 1782-83, van of aan Betje, een van de dochters van de familie Torck van Rosendael. Rechtsonder staat:‘le swarte Willem, comment fait il avec son argent’(…). En er staat nog zoiets als ‘groet hem van mij’.

iets-grotere-uitsnede-brief-betje-le-swarte-willem

De inhoud van de mededeling laat ik hier voor wat het is. Quaco’s benaming alleen al is veelzeggend. Niet alleen weten we daardoor dat hij al voor zijn doop Willem werd genoemd, maar ook dat die naam voor de familie niet voldoende was. Voor hen was hij ‘le swarte Willem’. ‘Zwart’ kleefde blijkbaar zo sterk aan zijn naam, dat het in deze Franse brief zelfs onvertaald kon blijven.

‘Swart’ is slechts een woord. Maar dat ‘Le Swarte Willem’ alles zegt over Quaco’s positie en de manier waarop de familie hem zag, behoeft volgens mij geen toelichting.

*) Ik gebruikte het originele manuscript van zijn reisverslag uit 1790, voor het eerst uitgegeven door Richard Price en Sally Price in 1988: ‘Narrative of a Five Years Expedition against the Revolted Negroes of Surinam.’ Meer info over de bronnen: www.quaco-stripverhaal.nl, de website bij het stripboek ‘Quaco – leven in slavernij’, dat ik maakte met tekenaar Eric Heuvel.

8 antwoorden
  1. Marcel Kok
    Marcel Kok zegt:

    Dag Ineke Mok,

    misschien vind je het leuk om te weten dat er nog een doopinschrijving van een ‘neger’ in het Gelders Archief te vinden is en wel in:

    Doopboek Velp 1812

    met de tekst:
    26 april Een neger Mabba geheten; geboortig van de kust van Angola, wonende bij den heer J.M. Simons op Ommershof ouyd ongeveer 26 jaren. Na het afleggen zijner belijdenis heeft hij bij zijn doop ontfangen den naam Christiaan Lespau

    Terzijde: hij wordt Christiaan genoemd omdat dat het dichtst bij christen komt!

    hartelijke groeten van
    Marcel Kok (gepensioneerd archief ambtenaar bij het GA)

    Beantwoorden
    • Ineke Mok
      Ineke Mok zegt:

      Dank voor uw reactie. De doop van Mabbe of Christiaan Lespau was mij bekend. Waarschijnlijk is Lespau een verschrijving van Paules, de naam van een van zijn ‘werkgevers’. Voor het verhaal van Quaco speurde ik destijds naar andere Afrikanen in zijn buurt, o.a. in en rond Rosendael. Zo vindt u in het stripverhaal bijvoorbeeld Anna van Vossenburg uit Suriname, die in dienst was bij de familie Brantse. Mabbe vond ik ook, en hoewel zijn doop van later tijd was, heb ik wel iets over zijn leven gevonden. Hij is gehuwd in Den Haag, werd later aangesteld in de buurt van Arnhem, kreeg kinderen etc. Dat hij Christiaan werd genoemd was zeer gebruikelijk, er zijn vele Afrikanen die na hun doop Christiaan als voornaam kregen. Bijvoorbeeld Christiaan van der Vegt (zie weblog Annemieke van der Veg thttp://www.hoeheettechristiaan.nl/ook-geboren-op-kust-guinee/#comment-11658)
      in Haarlem vonden Dineke Stam en ik Christiaan van der Vaart, van Berbice (nu Guyana). Het zijn interessante verhalen die nu mondjesmaat uit de archieven worden gelicht. Ik ga voorlopig door met het noteren van mijn bevindingen, vooral over Quaco, maar ook over Anna van Vossenburg. Wordt dus nog vervolgd. Ineke

      Beantwoorden
  2. Esther Schreuder
    Esther Schreuder zegt:

    Hi Ineke,
    Mooi dat je laat zien wat er niet klopt aan Stedmans verslag! En leuk verslagje van herkenbaar archief onderzoek. Dat hij Swarte Willem genoemd wordt zegt ongetwijfeld iets belangrijks over zijn positie. Maar kan het daarnaast niet ook zo zijn dat er veel meer mannen in dienst waren met de naam Willem? Bijzonder is dat hem de groeten wordt gedaan. Ze zijn blijkbaar gesteld op hem (is mijn indruk hieruit)

    Beantwoorden
    • Ineke Mok
      Ineke Mok zegt:

      Hallo Esther, Of er nog iemand was die zo genoemd werd? Dat lijkt mij sterk, maar zeker weten doe ik dat niet.
      Of de familie werkelijk op hem gesteld was, zou ik uit deze ene zin niet durven af te leiden. Wel is zeker dat Quaco in 1791 en misschien al eerder wordt weggestuurd van het kasteel. Toen was er dus zeker geen prettige verstandhouding…ik blijft uiteraard hopen op meer bronnen die meer licht werpen op zijn verblijf bij de familie Torck van Rosendael. Groet, Ineke

      Beantwoorden
  3. niels
    niels zegt:

    Beste Ineke,

    Interessante verhalen en naar mijn indruk een gedegen onderzoek.
    Op https://lab.nos.nl/projects/slavernij/index.html (van 30-juni-2017, [-154=1863]), lees ik echter dat “… Quaco in 1791 besluit te vertrekken, terug naar huis. Zijn levensgeschiedenis, die hij in het geheim heeft opgeschreven, laat hij achter in de boekenkast van de barones.”
    Bestaat die levensgeschiedenis?? of haalt de nos hier wat door elkaar?

    Beantwoorden
    • Ineke Mok
      Ineke Mok zegt:

      Beste Niels, dank voor je compliment en zeker ook bedankt voor je mij attent maakt op een mogelijke fout in nos-item over slavernij waarin Quaco wordt genoemd. Het klopt inderdaad niet wat daar staat, want Quaco wordt weggestuurd en monstert in 1792 aan op een VOC-schip naar Batavia. Ik ga de redactie vragen de tekst aan te passen en de bron toe te voegen. Groet! Ineke

      Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Laat een reactie achter op Ineke Mok Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *