‘Stilleven met Moor’ – A Global Table?

Zo, die uitnodiging van het Frans Hals Museum voor de tentoonstelling kwam binnen! Door het schilderij van Jurriaen van Streeck had die meteen mijn aandacht. Een heftig schilderij, een pijnlijk en wreed schilderij omdat ik de man niet los kan zien van slavernij, geweld, ontheemding en vernedering. Het schilderij zelf is een exponent van vernedering.

Ik werd eerlijk gezegd ongerust toen ik las dat de tentoonstelling A Globle Table zou draaien om stillevens uit de Gouden Eeuw. Want hoezo is dit schilderij van Jurriaen van Streek exemplarisch voor een stilleven? Toch niet omdat Wikipedia dat zegt? (Dat is zo, ik heb het gecheckt). Het label stilleven lijkt mij hier uitermate cynisch.

Hoeveel leven verdraagt een stilleven?

Ik ben geen kunsthistoricus, maar ik denk dat een stilleven niet veel leven verdraagt. Een torretje, een vlinder. Dat kan. Een fazant ook, maar dan een dode. Het schilderij van Van Streeck toont volgens mij in de eerste plaats een man, een man met in zijn hand een roemer. Aangemoedigd door de titel Stilleven wil ik in de onderste helft van het schilderij best een stilleven zien. Een beetje Global Table is die tafel wel: de schaal komt uit China, het zilver misschien uit Amerika.

De tentoongestelde stillevens uit de Gouden Eeuw vertellen, zo staat op de uitnodiging, verhalen over de koloniale en handelsrelaties van de Republiek. Die stillevens gaan bezoekers ‘als het ware lezen als historische documenten’. In een ander museum, De Hallen, zoomen hedendaagse kunstenaars, onder wie Patricia Kaersenhout, in op de wereldhandel en het kolonialisme.

Op naar het Frans Hals museum. Benieuwd hoe het museum zelf of in dit geval gastconservator Abigail Winograd (Israël 1983) het ‘stilleven-gehalte’ van het schilderij van Jurriaen van Streeck bevraagt; de website belooft een alternatieve lezing.

Het schilderij van Van Streeck hangt in de grote zaal, halverwege de tentoonstelling waar verder fraaie stillevens te zien zijn. Door de opsomming van de koloniale verwijzingen op de tekstborden ging ik beter kijken, zag ik meer. Tot zover de ‘echte’ stillevens.

Frans Post – geen mens te bekennen?

Bij wijze van entree naar die grote zaal hangt er werk van de Haarlemmer Frans Post, met als centraal beeld een Braziliaanse landschap. Dit is een schilderij uit de collectie van het Frans Hals Museum. Op de voorgrond mannen en vrouwen, waarschijnlijk Afrikanen in slavernij, daarachter de suikermolen, een landschap.

Post’s Braziliaanse taferelen waren in trek. Hij schilderde ze thuis in Haarlem op bestelling. Het werden idyllische landschappen. Het wrede slavernijsysteem, de mensenhandel zie je feitelijk niet, hoewel Post daarvan zelf getuige was geweest. Zeven jaar lang verbleef hij in Brazilië op uitnodiging van slavenhandelaar Johan Maurits van Nassau-Siegen. Over deze geschiedenis horen de bezoekers iets als ze de audio lenen. Op het tekstbordje bij het schilderij wordt alleen ‘suiker’ genoemd, het koloniale product. De Afrikanen staan niet vermeld. Zijn ze decoratie? Is dit landschap een stilleven of hangt het hier om de context te bieden aan wat we in de grote zaal te zien krijgen?

Drapeniersaltaar – een stilleven? een ‘Global Table’?

Rechterzijluik Drapeniersaltaar, Maarten van Heemskerck 1546-1547. Coll. Mauritshuis.

Dan door het gangetje met aan weerszijden de vorig jaar ontdekte schetsen van dieren in Brazilië, ook van de hand van Post. Het zijn studies voor zijn latere Braziliaanse werken – wat is precies de relatie met A Global Table?

Die relatie zag ik evenmin met de enorme drieluik van Maarten van Heemskerck, van vóór de Gouden Eeuw. Aangezien de andere werken in de grote zaal Afrikanen tonen, ging mijn aandacht naar het rechterluik. Een spierwitte Maria als centrale figuur, die aanbeden wordt, onder meer door een zwarte koning of wijze. Is dit de Global Table Wat word ik geacht te zien? Of hing het drieluik er al en kon het zo gauw niet ergens worden opgeslagen? Nu het er toch hangt, had ik er zo graag meer gelezen.[i]

‘Stilleven met een Moor’

Mijn verwarring werd groter door de titels en bijschriften van de andere werken in deze zaal die wel uit de Gouden Eeuw stammen. Ze hebben gemeen dat ze Afrikanen tonen in onderdanige posities. Net als bij de stillevens in de andere ruimten van de tentoonstelling wordt bij elk schilderij de koloniale connectie geduid. En ook deze schilderijen zijn volgens het museum stillevens. ‘Met Moor’ (ai!), dat dan wel. Het schilderij op de uitnodiging heet dus ‘Stilleven met een Moor ca. 1670’. Daarbij staat alleen: Afrika – Slaaf; Azië – Porselein; Europa – Citroenen, druiven, graan, perziken, wijn; Nederland – Brood.

Bij het schilderij hierboven van Abraham van der Tempel luidt het tekstbord: ‘Portret van Jan van Amstel en zijn vrouw Anna Boxhoorn, 1671. Afrika: slaaf.’ Heeft hij geen naam? De zwarte man wordt zelfs niet als ‘onbekende man’ vermeld, om nog een beetje mens-zijn in hem te erkennen.[ii] (is een portret trouwens ook een stilleven, een Global Table?)

En wat te denken van dit schilderij van Jan Davidsz de Heem uit 1641, getiteld ‘Stilleven met Moor en papegaaien, 1641.’ Ook hier biedt de audio meer context. Het tekstbord volstaat met: Afrika – slaven, goud, aap; Amerika’s – zilver, papegaai; Azië – porselein. Ik wil best naar de spullen en het fruit op tafel kijken. Maar mijn blik gaat steeds naar de man of jongeman. Wie is hij?

Volgens de website van het Frans Hals Museum zou A Global Table een alternatieve lezing van de werken bieden. Waar vind ik dat alternatief? Of is die alternatieve lezing geheel en al overgelaten aan de hedendaagse kunstenaars. Er staat inderdaad: de conservator liet hen ‘de dialoog aangaan’ met exquise Stillevens (het zijn niet mijn woorden). Er hangt in de zaal een modern werk, maar eerlijk gezegd zag ik niet goed welke dialoog die voerde met de stillevens. Wie weet zie ik dat in De Hallen.

Changing Values’ in de Hallen

Fragment van werk van Sacks.

Verfrissend is het werk van Shelly Sacks ‘Changing Values’ dat op de eerste verdieping in de Hallen is geïnstalleerd. Decennialang heeft Sacks bananenschillen bewaard en gesorteerd op plantage. Van de bananenschillen van elke plantage maakte ze een kunstwerk, ze heeft contact gezocht met de producenten en hun verhalen opgenomen. Hun stemmen zijn bij elk kunstwerk te beluisteren. De bezoekers raken zo een beetje verbonden met de mensen achter die bananen. Sacks werk is een prachtig voorbeeld van betekenisvolle kunst.

Even naar de tweede etage, waar foto’s hangen van personen van wie de roots (ook) buiten Nederland liggen. Zij hebben een speciaal recept gekookt. Ook dit is A Global Table (?).

Beneden heeft Patricia Kaersenhout een berg zout laten storten. Dat zout verwijst naar de zoutpannen, waar tot slaaf gemaakten op de Antillen het bijtende en verblindende zout moesten delven en versjouwen. De bezoeker kan wat zout scheppen om thuis op te lossen in water en weg te spoelen. Op een symbolische manier kun je zo afstand nemen van de pijn van het slavernijverleden. Een mooi gebaar. Of de bezoeker het verband ziet met de tentoonstelling in het Frans Hals Museum?

En hoe kan ik de mooie compositie op de vloer duiden, opgebouwd uit oploskoffie, melkpoeder en suiker, waarvan je hierboven een stuk ziet? Koffie en suiker kan ik koloniaal plaatsen, maar met wie of met welk stilleven voert de kunstenaar Felipe Arturo de dialoog? Ik kom er niet uit. Zit de clou bij Douwe Egberts (opgericht in 1753 –110 jaar voor de afschaffing van de slavernij) die het kunstwerk heeft gesponsord? … Terwijl mijn verwarring groeit, blijven de beelden van de stillevens met personen uit de grote zaal door mijn hoofd spoken.

Ultieme vernedering vs ultiem machtsvertoon

Terug daarom naar het Frans Hals Museum. Laat ik als bezoeker mijn opdracht serieus nemen en de kunstwerken ‘als het ware lezen als historische documenten’.

Het schilderij van Jurriaen van Streeck noem ik bij deze: ‘portret van (nog) onbekende man met roemer’. Halverwege de zeventiende eeuw geschilderd, mogelijk iets later en dikke kans dat hij in Amsterdam woonde, de woonplaats van Van Streeck. Een periode waarin meer Afrikanen in Amsterdam woonden. Een enkeling was er als vrij persoon naar toe gereisd, de meesten waren met hun zogeheten eigenaar meegenomen als ‘slaaf’ of als bediende en verkregen mogelijk later hun vrijheid.

Schilderde Van Streeck dit werk in opdracht? Heeft hij de man uit het hoofd geschilderd? Of zocht hij een model? Als ik mij niet vergis heeft Van Streeck de man ook op dit schilderij afgebeeld. Wellicht heeft hij vaker model gestaan.

Over Van Streecks werk word ik door de tentoonstelling niet wijzer. Het is een bruikleen. Van wie zou het zijn geweest? En van wie is het nu en waarom? Er zijn talloze schilderijen, kunstvoorwerpen en objecten met Afrikaanse mannen uit de Gouden Eeuw. Zelden zijn het portretten die ze enig recht doen. Elke trots of eigenheid is weg geschilderd en vervangen door een nederige blik. Hun namen? Die worden allang niet meer genoemd.

De man op het schilderij van Van Streeck staat rechtop. Bij de andere Afrikanen die in deze zaal te zien zijn, is dat niet het geval. Zij zien zichzelf vereeuwigd in een half knielende en onderdanige positie, aan de zijkant van het schilderij. Hoe wrang moet het zijn geweest om jezelf op deze wijze terug te zien, op een buitenplaats, kasteel of fraaie stadswoning. Ik stel mij de gasten van de opdrachtgevers en hun nazaten voor. Hoe zij zich verlustigen aan de pracht en praal die uit het schilderij spreekt. Is een andere interpretatie mogelijk dan die waarin de witte eigenaren de kijkers toeschreeuwen: zie onze rijkdom, we bezitten zelfs een zwarte man!

Of heb ik mijn rol als toeschouwer niet goed begrepen? Zou de conservator ervan uitgaan dat bezoekers het racisme direct onderkennen, signaleren hoe vreemd het is dat mensen worden gelabeld als ‘product’ (wat ik overigens nooit eerder in een tentoonstelling heb gezien – presenteert het Frans Hals Museum een nieuw frame?), dat mensen naamloos blijven en dat de aanduiding ‘Moor’ zonder toelichting juist verstaan wordt?

De conservator wil dialogen. Dialogen tussen toen en nu. Maar welke dialoog hebben conservator, directeur en museummedewerkers zelf vooraf gevoerd: wat willen zij tonen en wat willen zij overbrengen in deze zaal? Een beetje dialoog had volgens mij andere tekstborden opgeleverd. Waarin bezoekers meer informatie wordt gegund, bijvoorbeeld over de manier waarop witte personen hun macht ten toon spreidden. Geef enige handvatten ‘achter die schilderijen’ te kijken. Zoom in op de Afrikaanse mannen. Wat weet je wél van hen? Wat is er bekend? Dat kan toch: een kleine aanmoediging om kritisch naar dat verleden te kijken, naar de manier waarop deze schilderijen werden gelabeld, en na te denken over de vraag wat de betekenis van die schilderijen nú is. Leg de vraag voor hoe je de schilderijen zo kunt tonen dat ze nog enigszins recht doen aan alle personen. Of besluit ze niet langer als stilleven te betitelen omdat er nu eenmaal personen op staan. Ik voel er in ieder geval weinig voor het schilderij te bekijken zoals de opdrachtgever of schilder dat graag wilde.

Voor een paar verstaanbare tegengeluiden, moet je naar de Hallen. De alternatieve lezingen zijn op het bordje van kunstenaars van nu geschoven, hoewel volgens mij geen werk wordt getoond dat direct op de stillevens reageert. De conservator zelf lijkt zich buiten de discussie te houden – zelfs buiten de discussie die het Rijksmuseum openlijk voert over de koloniale erfenis en hoe die te duiden.

De opstelling in de grote zaal als historisch document

Ironisch genoeg is de opstelling in de grote zaal van het Frans Hals Museum zelf als historisch document te lezen, als een representatie van een koloniale en racistische erfenis, inclusief van het idioom dat erbij hoort. In die erfenis doen die Afrikanen er niet toe, zijn ze geen personen maar slechts ‘slaaf’, of ‘moor’, blijven ze anoniem en worden ze een inwisselbaar onderdeel van een stilleven. Zo repeteren de tekstborden de stemmen van de witte Europese machthebbers van toen. En inderdaad, als je in de Afrikanen op de schilderijen geen personen ziet, heb je al gauw een landschap of een stilleven.

Met dit blog heb ik geprobeerd vat te krijgen op wat ik heb gezien. Heb ik mijn verbazing willen duiden. Mijn verwarring werd ook tijdens het schrijven alleen maar groter. Dergelijke schilderijen en bijschriften worden al zo lang bekritiseerd. Ik meld niets nieuws. Heb ik essentiële informatie over het hoofd gezien? Dat hoop ik.

En dan heb ik hier voor niks de mannen op de schilderijen opnieuw te kijk gezet. Of kan het anders?

 

…………………………………………..

[i] Hoe interessant is niet de ontwikkeling van die Afrikaanse koning. Zie bijvoorbeeld: Black is Beautiful – Rubens tot Dumas, van Esther Schreuder en Elmer Kolffin.

[ii] Over de Afrikaanse jongeman of man weet ik niets, maar onderstaande linken geven info over Jan van Amstel uit Brabant, er is zelfs een lied over hem gemaakt. Dat is al iets: https://gw.geneanet.org/rlhvanrooij?lang=nl&pz=gijs&nz=van+rooij&ocz=2&p=jan&n=van+amstel

https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/jan-van-amstel-1618-1669-schijndelse-zeeheld

 

 

8 antwoorden
  1. dineke
    dineke zegt:

    Dank voor het delen van je de kijkervaring en de mooie kritische vragen daarbij. Mooie scherpe analyse over reproduceren van koloniale stemmen van toen. Je motivatie en stellingname komt helder in beeld door de leuk op het shirt aan het eind van je stuk.
    Vraagje: Was je niet ook juist getroffen door het werk van de suiker’broden’ met rood bloed van Patricia Kaersenhout? Of vergis ik me en was dat elders geëxposeerd?

    Beantwoorden
    • Ineke Mok
      Ineke Mok zegt:

      Dank Dineke voor je reactie. Van Patricia Kaersenhout waren hier niet de suikerbroden te zien. Wel het zout, met daarbij overigens ook de zakdoeken met de tekst: ‘No more pint of salt for me; No more, no more; No more pint of salt for me; Many thousand gone.’ De suikerbroden staan dacht ik op gesteld in Cargo, Amsterdam.

      Beantwoorden
  2. Uric Mac Donald
    Uric Mac Donald zegt:

    De tentoonstelling van het schilderij van Jurriaen van Streeck, waarschijnlijk een schilderij met een eurocentrisch blik van het leven geeft aan dat de uitgebeelde Afrikaanse jongeman deel uitmaakte van de handelsgeest. Zoals in die periode porselein, zilver en goud werd verhandeld, beroofden zij ook uit Afrika mensen die zij ontmenselijk hadden en tot een product als handelswaar in hun bezit hadden. De schilderij van de Haarlemmer Frans Post geeft zoals u bericht aan dat het een idyllische landschap vertoont omdat het geen beeld schets van de wreedheid waarin de slaven op de rietvelden moesten werken om de suikerfabriek te voorzien van grondstof die ook zo idyllisch erop staat. Bij het schilderij van Drapeniers altaar wordt het beeld geschapen van het christelijk leven wat de Europeaan leidde. De vrouw op het doek met de baby in haar hand geeft een beeld van moeder Maria de heilige.

    Beantwoorden
    • Ineke Mok
      Ineke Mok zegt:

      Dank Uric Mac Donald voor uw reactie op mijn blog. Dat de schilderijen zoals die van Jurriaen van Streek ook door de bijschriften een eurocentrische blik neerzetten, is waar, maar het maakte de tentoonstelling verwarrend, omdat ik een kritische of vernieuwende lezing van de samenstellers verwachtte. Het schilderij van Post en de drieluik van Van Heemskerck vond ik lastig te plaatsen omdat het én geen stilleven zijn, én het werk van Van Heemskerck niet uit de Gouden Eeuw of refereert aan zoiets als een Global Table. Gr. Ineke Mok

      Beantwoorden
  3. Michiel Korthals
    Michiel Korthals zegt:

    Over stillevens: bloemen (in een vaas) en fruit zijn niet dood. De tentoonstelling laat ook keukenstukken en andere typen schilderijen zien. Dus de titel Stilleven is een pars pro toto. U bent kennelijk gewend spijkers op laag water te zoeken. Maar is het in dit geval niet overdreven? De titel van het schilderij van Streeck met de vrouw/man komt uit die tijd; er is bijna niets over Van Streeck bekend. Ik heb nog een oproep gedaan wie die man/vrouw zou zijn, maar geen reactie.
    Tijdens de beeldenstorm in 1566 werden beelden en teksten vernietigd. Moet nu ook hetzelfde gebeuren?
    A Global Table gaat over wat heet ‘de gouden eeuw’ en de handel en productie van de nieuwe voedingswaren en eetgerei en de mensen erbij betrokken. Het drieluik van Heemskerck is reuzegroot, en kan niet ergens anders in het museum staan. U denkt dus dat deze gouden eeuw al in 1546/7 begon? curieus.
    De tekst horend bij Posts schilderij Braziliaans landschap is: “We zien hier mensen van Afrikaanse afkomst die werken op een suikerplantage met een kleine suikerfabriek. Plantages waren in Nederland niet aanwezig, maar als systeem waren ze uit de oudheid bekend. De Romeinen organiseerde hun landbouwkundige export van belangrijke gewassen als graan, en wijn op grote landgoederen genaamd latifundia, waar het werk door slaven werd gedaan en opzichters of eigenaren meestal voormalige legerofficieren waren. De Nederlandse slavenhandel met Afrika startte nadat de Portugezen in Noord Brazilië waren verslagen rond 1640. De oorspronkelijke bewoners werden niet geschikt geacht, vooral omdat de meerderheid al gestorven was vlak na de eerste contacten met de Spanjaarden vanwege ziektes als mazelen en pokken. Spanjaarden en Portugezen merkten al gauw dat mensen uit Zwart Afrika grotendeels resistent waren tegen deze ziekten maar ook tegen gele koorts en malaria, en zo begon de slavenhandel. De Nederlanders transporteerden vanaf de zeventiende eeuw minstens 500.000 zwarte mensen van Togo, Benin, Ghana en Nigeria, waar zij meer dan tien versterkte forten lieten bouwen. Tussen 1500 en 1860 transporteerden de Nederlandse, Engelse, Spaanse, Portugese en Franse slavenhandelaren minimaal 12,5 miljoen Afrikaanse vrouwen, kinderen en mannen, waarbij minimaal 1.5 miljoen tijdens de transporten omkwam. De enorme impact van de trans-Atlantische slavenhandel laat zich nog steeds in alle betrokken landen gevoelen.”
    Bij Van den Tempel hoort de tekst:
    “Dit is Jan van Amstel, kapitein ter zee, met zijn vrouw en een jonge zwarte bediende.
    Van Amstel was een militair bevelhebber, maar de Hollandse vloot werd ook ingezet voor handelsdoeleinden. Misschien bracht hij een slaaf mee van een van zijn reizen; Hollandse kooplieden namen wel vaker slaven mee uit Suriname of de Antillen. In dit soort schilderijen symboliseren zwarte slaven de welvaart. Officieel was slavernij verboden in de Nederlanden, maar historische studies laten zien dat tussen 1620 en 1800 zo’n 10 zwarte mensen per jaar de Nederlanden binnenkwamen, soms als vrij persoon, maar meestal niet.
    Ontsnapte slaven werden soms gevangengenomen door de rechtbank en terug gegeven aan hun ‘eigenaar’. In Spanje was slavernij niet illegaal; de eerste zwarte slaven kwamen in de 16e en 17e eeuw mee naar de Nederlanden met hun meesters, Sefardische Joodse handelaren. Op het joodse kerkhof Beth Haim in Ouderkerk aan de Amstel, vlakbij Amsterdam liggen een aantal slaven begraven. In Amsterdam werden joodse handelaren doorgaans getolereerd, in andere steden liepen ze tegen veel beperkingen op.”
    U schrijft: “Voor een paar verstaanbare tegengeluiden, moet je naar de Hallen. etc” dat is dus niet waar.
    U zegt dat u in verwarring bent over de tentoonstelling, dat zou mooi zijn. Maar u laat iets anders blijken: u weet precies hoe het wel moet. Daarmee geeft u blijk van een zeer vooringenomen blik, die bovendien heel oppervlakkig door de tentoonstelling is gegaan.
    In Trouw (7-10) heb ik een stuk gepubliceerd over deze tentoonstelling en de verbinding van schoonheid en ellende, geweld en oorlog.
    Michiel Korthals

    Beantwoorden
    • Ineke Mok
      Ineke Mok zegt:

      Beste Michiel Korthals,
      Dank voor uw uitgebreide commentaar en ook prettig dat u van een aantal audio-fragmenten de tekst heeft weergegeven.

      Stillevens zouden de basis vormen van de expositie. Zo staat het op de uitnodiging en op de website. Daarom verwachtte ik ook dat het echt om stillevens uit de Gouden Eeuw zou gaan. Dat het drieluik van Van Heemskerck niet bij A Global Table hoorde, vermoedde ik al, en dat het niet uit de Gouden Eeuw is, is evident. Omdat het er prominent hangt, en er meer niet-stillevens hangen, zocht ik toch naar een relatie met de andere kunstwerken. Ik vermoed dat ik daarin niet de enige ben, een toelichting had volstaan, een extra scherm ervoor met een ander kunstwerk was ook een mogelijkheid.

      Als onderzoeker en schrijver streef ik ernaar zo precies mogelijk te zijn, vooral als het om het verleden gaat en de interpretaties daarvan. Dat doe ik in ieder geval wanneer ook mensen als ‘object’ worden benoemd, zoals nu in het Frans Hals Museum. Een Beeldenstorm verkondig ik zeker niet.
      Was het maar waar dat ik wist hoe het moet. Het is volgens mij een voortdurend zoeken naar een manier van schrijven en uitdrukken die recht doet aan in dit geval ook de Afrikanen die zijn afgebeeld. Om tegenwicht te bieden aan een geschiedschrijving en voorstelling van slavernij waarin zolang exclusief de belangen van de machthebbers resoneerden.
      Daarom wil ik letten op vooroordelen en stereotypen van drie, vier eeuwen geleden, in de hoop dat ze niet alsnog hun werk doen. Want zoals dat op de audio al gezegd wordt: ‘de impact van de trans-Atlantische slavenhandel laat zich nog steeds in alle betrokken landen gevoelen’. Dat betekent vragen stellen aan de context van toen en onderzoeken hoe je de kunstwerken in een huidige tijd kunt plaatsen. Dus ook de tekstborden kritisch bezien. Daarom vond ik de uitnodiging van het Frans Hals Museum aan de bezoekers om de kunstwerken als historische documenten te lezen, aantrekkelijk. Daarom was ik nieuwsgierig naar de resultaten van de dialogen die gevoerd zouden zijn, naar de vernieuwende lezingen. En daarin was ik teleurgesteld.
      Maar het moet gezegd: de tentoonstelling heeft mij zeker aan het denken gezet en heeft al tot veel gespreksstof geleid. Ik ben blij dat ook mijn blog daaraan bijdraagt.

      Beantwoorden
  4. Michiel Korthals
    Michiel Korthals zegt:

    U schrijft dat door ‘het’ Frans Halsmuseum mensen als ‘object’ worden benoemd (een zware beschuldiging) op basis van drie niet al te gelukkige teksten bestaande uit ieder twee woorden. In grote letters op de muur, in de zaal waar deze teksten te lezen zijn, staat:
    De onschuldige huiselijkheid van de stillevens maskeert de wrede realiteit van de 17e-eeuwse wereldhandel. Het alleenrecht op de wereldhandel bracht niet alleen weelde en welvaart met zich mee maar ook meedogenloze landverovering, onderdrukking van lokale volken, slavenarbeid en uitputting van natuurlijke grondstoffen. De koloniale handel zorgde voor een kloof tussen het noordelijk en zuidelijk halfrond. Zo was de eerste echte wereldeconomie het begin van een web van onevenwichtige machtsrelaties.
    In een andere zaal staat in grote letters op de muur:
    In de 17e en 18e eeuw vervoerden Nederlandse slavenschepen ongeveer 600.000 Afrikanen over de Atlantische Oceaan. Ze werden gedwongen te werken op de plantages in de koloniën in Amerika en het Caribisch gebied, waar gewassen zoals tabak, suiker en katoen werden verbouwd. Deze werden getransporteerd naar Europa, waar ze na verwerking verscheept werden naar Afrika om het in de vorm van textiel en alcohol (rum) te verkopen. Zo vormden de trans-Atlantische slavenhandel en de onderwerping van inheemse volken de basis voor een nieuwe wereldeconomie. Het wrede systeem van deze vroege moderne economie maakte van mensen handelswaar.
    En dan zegt u: “En inderdaad, als je in de Afrikanen op de schilderijen geen personen ziet, heb je al gauw een landschap of een stilleven.”
    U veegt bewust al het andere weg dat het Frans Hals toont: de uitgebreide audioteksten, de prachtige installatie van Shelly Sacks, met de fotos in context van arbeiders op een bananenplantage (vanwege die bijgeleverde context een veel humanere presentatie dan waar u om vroeg: fotos van Afrikanen), de machthebbers ridiculiserende bijdragen van Nelson Leirner, net als de hele indrukwekkende strip van Sarnath Banerjee, de video van Wendelien van Oldenburg (La Javanaise), de winti zoutberg van Patricia Kaersenhout, die wil overbrengen hoeveel zout er is gebruikt/ veroverd en dat je zout als iets anders dan als koopwaar kunt zien (waar u met weinig respect over schrijft). Deze grote installaties van niet-Europeanen konden alleen in het andere gebouw.
    Zoals het museum hoort te doen, het toont dit, en geeft de toeschouwer impulsen met de verbanden tussen schoonheid, eetgenot en ellende om te gaan.
    Uw blog is misleidend, vol onjuistheden en geen bijdrage aan een zinvolle discussie over het verleden. Het lijkt er op dat u een rekening met het Frans Hals wilde vereffenen met uw kwaadaardige blog.

    Beantwoorden
    • Ineke Mok
      Ineke Mok zegt:

      Beste meneer Korthals,

      Met het Frans Hals Museum heb ik geen rekening te vereffenen. In mijn blog heb ik mijn verbazing geuit over de tekstborden in de grote zaal, had ik mijn twijfels over het ‘stilleven-gehalte’ en heb ik mij gewaagd aan een historische lezing van een schilderij als historisch document.
      Dat er audio is, heb ik in mijn blog genoemd: die voegt enige historische context toe. De installatie van Patricia Kaersenhout en het werk van Shelly Sacks heb ik in positieve bewoordingen besproken. Het ritueel dat bij de zoutberg van Kaersenhout hoort, hebben mijn man en ik dan ook met respect uitgevoerd (zie foto’s die ik erbij heb opgenomen).

      Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Laat een reactie achter op Michiel Korthals Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *